Overtuigend

Een lezer schrijft:

“Ik ben inmiddels halverwege Riens boek , dat mij nog steeds zeer boeit. Hij moet zich geweldig verdiept hebben in dat leven van Tchaikovsky, het boek leest eigenlijk meer als een integratie van een levenskroniek en een roman, en het is erg overtuigend. Ik merk ook, dat als ik bij voorbeeld een presentator over de muziek en zijn componist hoor praten, dat ik bij mijzelf ook reageer als: ja, dat heb ik allemaal al in Riens boek gelezen. Nu is die Tchaikovsky ook wel een typisch romantische laat-negentiende eeuwer, compleet met kuuroorden en vlugzout. Ik denk dan, had Rien altijd geduld voor die componerende neuroot? Ik vind dat heel knap.”cartoon

De koning van de bloemen

Lelietje_van_dalenLieve vriendin,
Hou je van bloemen? Ik hou hartstochtelijk van ze, voor­al die in het bos en op het veld bloeien. Het lelietje-van-dalen beschouw ik als de koning van de bloemen; ik ben er gek op!

Dat schreef Tchaikovsky aan Nadeshda von Meck in het voorjaar van 1879. Hij schreef er zelfs een gedicht over, wetend dat hij als dichter niet veel voorstelde. Sommige biografen en musicologen lazen erin over erotiek en mannenliefde. Dat lijkt mij wat vergezocht, maar oordeel zelf.

“Op een avond vond ik mijzelf terug aan de schrijftafel, niet als componist of correspondent, maar als dichter. En waar kon ik anders over dichten dan over het lelietje-der-dalen:

Ik haast me naar het bos langs het vertrouwde pad
En zoek jouw witte, wassen bloem, je ranke blad.
Waar is het dat je bloeit in koele ochtenddauw?
Daar ben je! Opgewonden buk ik, pluk ik jou.

Zo begon mijn gedicht, en vol vuur schreef ik verder, regel na regel, versmaat na versmaat, in gedachten dwalend door het bos waarvan de bodem bedekt was met een tapijt van lelietjes-van-dalen. Wat te denken van het negende couplet:

Jouw geur is als een balsem voor mijn ziel
bedwelmt mijn zinnen als ik bij je kniel,
Adembenemend ben je, als muziek
Mijn wangen gloeien, ik heb geen repliek.

Toegegeven, het was geen hoogstaande poëzie. Maar al die meesters der dichtkunst – Pushkin, Shakespeare, Dante – konden mij nu even geen barst schelen: ik had een gedicht geschreven en ik was er trots op!”

De dood van Pyotr Ilyich, blz. 246

Tchaikovsky’s religieuze muziek

Naast symfonieën, opera’s, liederen, kamermuziek, pianostukken, symfonische gedichten heeft Tchaikovsky ook religieuze muziek gecomponeerd. Om te beginnen was hij zelf gefascineerd door de gezangen die hij hoorde als hij een kerk bezocht.

Een van de grootste genoegens

In 1877 schrijft hij aan Nadeshda von Meck: “De schoonheid van de kerk oefent nog steeds een grote aantrekkingskracht op mij uit. Ik ga heel vaak naar de mis; de liturgie van St. Johannes Chrysostomos is volgens mij een van de grootste kunstwerken. Ik hou ook heel veel van de nachtwake. Op zaterdag naar een of andere kleine oude kerk gaan; staan in het spaarzame licht met de geur van wierook om je heen; opgaan in jezelf, antwoorden zoe­ken op de eeuwige vragen: waarom, wanneer, waarheen, waartoe? Uit je overpeinzingen worden gewekt door het koor dat zingt ‘Ik strijd met vele hartstochten’ en jezelf toe­staan om opgetild te worden door de schitterende poëzie van die psalm, bezield te worden door een kalme extase als de koninklijke poorten geopend worden onder de klanken van ‘Prijs de hemelse Heer’ – oh, wat hou ik daar onbe­schrijfelijk veel van! Het is een van de grootste genoegens van mijn leven.”

Slappe aftreksels

Maar Tchaikovsky is ontevreden over bewerkingen van eeuwenoude liturgische muziek door kerkmusici als Bortnyansky. In de zomer van 1878 werkt hij aan zijn ‘Liturgie van St. Johannes Chrystostomos’, “onzeker als over één nacht ijs, pogend om de traditie, de heiligheid, de iconen muzikaal te omlijsten en terug te keren tot de kern van de kerkmuziek, die was vervreemd van haar oorsprong. Prutsers als Bortnyansky hadden de traditionele toonaarden van de kerkmuziek ver­laten en slappe aftreksels geproduceerd van de ooit zo vitale liturgieën. In deze kloosterkerk werd nog op volkse wijze gezongen, in de oude kerk­toonsoorten, zonder meerstemmigheid en verraderlijke versieringen. Ik hoopte vurig dat mijn liturgie zou lukken.”

Tussen hemel en aarde

In het Radio 4-programma ‘Tussen hemel en aarde’ werd aandacht besteed aan Tchaikovsky’s liefde voor religieuze muziek:

 

De dood

Begraafplaats-PetersburgHet waren emotionele maanden. Eind januari stierf mijn schoonzoon, zomaar, onverwacht, 37 jaar oud. Hij doofde uit, artsen konden niets uitrichten, op een zondagochtend om 10 voor 10 hield zijn hart ermee op. Het was een sombere ochtend, zwaarbewolkt, ik stond op de tennisbaan. Maar precies om 10 voor 10 brak de zon even door. Ik wist toen nog van niets.

Acht dagen later zaten we om het sterfbed van mijn moeder. Ze was al jaren ziek, longemfyseem, met nog maar weinig longinhoud ploeterde zij zich door haar benauwde bestaan. Maar op een maandag in februari, tegen de avond om half zes, blies ze haar verlossende laatste adem uit. Ik was bedroefd, maar blij dat ik bij haar mocht zijn in haar laatste uren. Hier mocht het leven zijn loop hebben, haar leven was af, ze was 86 jaar. Hoe anders dan de verbijsterende ervaring van de dood van mijn schoonzoon!

Tchaikovsky heeft veel mensen waar hij van hield, zien sterven. Zijn moeder toen hij 8 jaar was, aan cholera. Een goede vriend van hem die de hand aan zichzelf sloeg. Het volgende fragment gaat over de dood van zijn vriend en leerling Josef Kotek, de violist die Tchaikovsky’s Vioolconcert niet uit durfde te voeren. Kotek lijdt aan tuberculose en wordt opgenomen in een sanatorium in Davos. Tchaikovsky bezoekt hem daar, spreekt met hem en met de arts. Na een week voelt hij: ik moet naar huis, ik hou dit niet meer vol.

“Zou Joseph Kotek sterven? In elk geval was zijn toestand ernstig; de artsen maakten zich nog meer zorgen over zijn keel dan over zijn longen. Ik gaf hem geld en hielp hem zo veel ik kon, maar na zes dagen had ik het gevoel dat ik zelf zou sterven als ik hier bleef. Ik vertelde Joseph dat ik wilde vertrekken.

‘Ga je weg?’ Bedroefd keek hij mij aan. De hoest liet hem even met rust.

‘Als ik hier langer blijf, ben ik waardeloos voor jou. Als ik wegga, laat ik je in de steek. Wat moet ik doen?’

‘Je moet gaan, Petya. Je hebt me gelukkig gemaakt deze week, ik mag niet meer van je vragen.’ Hij pakte mijn handen. ‘Besef je dat we elkaar nu nooit meer zullen zien?’ Abrupt stond hij op en liep naar zijn viool­kist, pakte zijn viool eruit en wreef haar met lome bewegingen zorgvuldig op, alsof hij haar liefkoosde.

‘Een viool lijkt op een vrouw. Je moet haar liefkozen, strelen en ge­lukkig maken, zodat ze gaat zingen.’ Hij legde de viool onder zijn kin en tokkelde aan de snaren. Toen hield hij haar met twee handen voor zich, kuste het instrument en legde het in de vioolkist. ‘En goed opbergen, zodat andere mannen er niet bij kunnen.’ Hij sloot de kist en keek mij aan. ‘Wil jij hem meenemen? Ik zal hem niet meer nodig hebben.’

‘Maar Joseph, ik speel geen viool…’ Ik begreep dat ik getuige was van een afscheid.

‘Doe ermee wat je wil. Je mag hem houden, als aandenken aan een vriend. Je mag hem ook weggeven aan iemand die haar waard is.’ Hij reikte mij de vioolkist aan. We vielen elkaar in de armen.

Partir, c’est mourir un peu, zeggen de Fransen. Dat je een beetje kunt sterven is het voorrecht van de levenden. Maar hoe moet je afscheid nemen als er geen weerzien meer is? Het laatste wat ik van hem hoorde toen ik zijn kamerdeur sloot, was een heftige hoestbui, gesmoord in een zakdoek.

Terug in Moskou kreeg ik een telegram. Joseph Kotek was dood, ge­storven aan een longontsteking. Dus toch pneumonia. Ik zette zijn viool­kist open op tafel, herlas zijn brieven en huilde.”

Nieuwjaarsdag 1889

Tchaikovsky op 1 januari 1889:Doornroosje-2
“Langzaam werd ik wakker, of liever: kwam ik bij bewustzijn. Het was al licht en buiten scheen de zon, maar in mijn hoofd heerste een diepe duisternis. Gisteren was het oudjaar, zo veel wist ik nog. Maar verder kon ik mij niets meer herinneren, zo dronken was ik geweest.
Ik besefte dat het nu 1 januari 1889 was – een nieuw jaar strekte zich voor mij uit. Mijn eerste besluit van dit jaar: geen wodka meer (in elk geval niet tijdens het diner). Ik stond op, energiek en vol goede moed, want de komende drie weken had ik gereserveerd voor mijn nieuwe liefde. Zij was nog ongevormd en liet zich niet horen, ik zag dat ze zich met geloken ogen verborg achter de kerstboom. Maar ik mocht haar uit haar tent lokken, ten dans vragen, verleiden, uitnodigen om de boze buitenwereld het hoofd te bieden en volop vrouw te worden. De potloden waren geslepen, het muziekpapier lag klaar, mijn notitieboekje was onder handbereik. ‘Doornroosje’ schreef ik op, ‘opus 66’.”
Uit: De dood van Pyotr Ilyich, blz. 408

 

Romeo & (maestro) Julia

In oktober was ik met de boekentafel aanwezig bij de tv-opnames van Maestro Jules. Een wat merkwaardige benaming van een dirigent met roesjes aan zijn mouwen en een figuur op zijn rug, die de opbouw van meesterwerken ‘onthult’ met behulp van het Radio Filharmonisch Orkest. In dit geval was dat ‘Romeo & Julia’ van Tchaikovsky.

romeo_julia_okt-2016

Maestro Jules heeft nu ook een exemplaar van ‘De dood van Pyotr Ilyich’ in huis. Samen met mijn dochter luisterde ik naar de integrale uitvoering na de pauze:

romeo_julia_okt-2016-2

 

Ook Arthur Japin schrijft over Tchaikovsky

Misschien heb ik met mijn roman wel een nieuwe trend gezet. ‘Ik ben iets over de helft van mijn nieuwe roman over de componist Tchaikovsky en de doofstomme pleegzoon van zijn broer’, zegt Arthur Japin in een interview in het blad Spoor.

Doofstom, gevoelig en intelligent

1878-with-nikolay-konradi-and-modest-tchaikovsky

Pyotr Ilyich, Kolya Konradi, Modest in 1878

‘Deze jongen woonde alle concerten bij, die hij niet hoorde maar vóélde in de vorm van trillingen, zo intrigerend…’ Japin heeft het over Kolya Konradi, een doofstomme en uiterst gevoelige en intelligente leerling van Tchaikovsky’s broer Modest. ‘Ik gebruik waargebeurde feiten’, verklaart Japin, maar dat vraag ik mij af. Want Kolya woonde lang niet alle concerten van Tchaikovsky bij. En volgens Japin ontdekt de jongen het geheim achter Tchaikovsky’s dood en ontrafelt het. Maar Kolya Konradi heeft al in 1891 gebroken met Modest. Pyotr schreef Kolya daarna nog een stuk of zeven brieven.

Mythes, fantasieën, roddels
Ik vind het interessant om te zien wat de grondtoon van Japins roman over Tchaikovsky zal zijn. Voor één ding ben ik huiverig. Japin maakt er geen geheim van dat hij homoseksueel is. Het leven van Tchaikovsky is tot op de dag van vandaag een bron van mythes, fantasieën en roddels. Helaas maken ook ogenschijnlijk ordentelijke biografen zich daar schuldig aan. Een man als Alexander Poznansky, zelf homoseksueel, doet een biografie lang moeite om Tchaikovsky aan zijn homoseksuele zijde te krijgen. Ik hoop niet dat ook Arthur Japin dat zal doen.

We gaan naar Het Concertgebouw!

russisch_jeugdorkestGroot nieuws: op 8 november staan we met een boekentafel in de foyer van Het Concertgebouw. Die avond speelt het Russisch Jeugd Symfonie Orkest onder leiding van de befaamde violist/dirigent Yuri Bashmet de Vijfde Symfonie van Tchaikovsky. We hebben hoge verwachtingen van deze avond, zowel wat betreft de belangstelling voor De dood van Pyotr Ilyich, als wat betreft de muziek. Want u weet het: alles klinkt (en gaat?) beter in Het Concertgebouw!

Een nieuw, zeer intrigerend Mozart- en Salieri-plot

Olga de Kort: recensie van ‘De dood van Pyotr Ilyich’ door Rien Schraagen. ISBN 978 94 91456 497
(gepubliceerd in Piano Bulletin, 2016, nr.2)

boekomslag-6e_drukDe roman van Rien Schraagen kan de lezer gemakkelijk op het verkeerde been zetten. De vlot geschreven achterflaptekst wekt namelijk de indruk dat het gaat om de resultaten van nieuwe onderzoeken naar de dood van Tsjaikovski gaat, “waarover” – zo wordt  beloofd – “nu eindelijk de waarheid boven tafel komt.” Het boek geeft echter Schraagens eigen visie op het leven en vooral de dood van de componist. Na 580 pagina’s kan men nog steeds naar de waarheid gissen, maar de ontknoping van de roman helpt de wereld wel aan een nieuw, zeer intrigerend Mozart- en Salieri-plot.

Moderne psychologische roman

De dood van Pyotr Ilyitch is dus fictie, maar met een hoog waarheidsgehalte. Alles lijkt echt, van de keurig gedateerde brieven van Tsjaikovski en zijn correspondenten tot zijn ‘eigen’ verhaal in dagboekvorm. De gebeurtenissen kunnen dan wel kloppen, maar bij hun achtergrond en gevolgen heeft  de schrijver de vrije hand. Hij maakt er een moderne psychologische roman van, met duistere familiegeheimen, detective-wendingen en verrassende interpretaties van bekende feiten. Alleen om te lezen hoe Tsjaikovski samen met Nadezjda von Meck hun brieven ‘voor de annalen’ falsificeren, is bijzonder hilarisch. En er zijn nog meer onverwachte ‘openbaringen’ die helaas hier niet verklapt kunnen worden.

Biecht van een rondtrekkende enkeling

Het boek is zonder meer goed geschreven, met veel kennis van het Russische muziekleven uit de negentiende eeuw en geslaagde karakterschetsen van vele componisten en schrijvers. Tsjaikovski komt over als een eenzame en door de jaren heen steeds meer vereenzaamde twijfelaar die zich al op zijn vijftigste veel te oud voor deze wereld voelt. Het hele boek is een biecht van een rondtrekkende enkeling die zelfs in zijn muziek geen rust vindt. De lezer die ervoor openstaat dat componisten op onorthodoxe manier geportretteerd worden en in hun doen en laten niet voor willekeurige soapserie-personages onderdoen, zal de roman zeker waarderen. Meer gevoelige zielen die in de Russische componisten alleen de strak aankijkende bebaarde heren van zwart-wit foto’s willen zien, zullen wellicht gechoqueerd zijn door de soms wel heel vrije vlucht die Schraagens fantasie neemt.

Laat u niet weerhouden

Er kunnen wel vraagtekens geplaatst worden bij de Engelse schrijfwijze van de Russische namen, die de schrijver veel mooier vindt dan de ‘lelijke’ Nederlandse. En een voor- of nawoord met een verantwoording van de andere bronnen, behalve de vermelde vertalingen uit de Russische literatuur, zou op zijn plaats zijn geweest. Maar mijn enige wezenlijke bezwaar betreft de nogal agressief aanprijzende tekst op de achterflap. Een boek dat zo goed en boeiend geschreven is, heeft geen verkooppraatjes nodig zoals de belofte van een “monumentale en meeslepende roman” of de “waarschuwing”, dat dit boek “de nachtrust” van de lezer gaat “bedreigen”, want “als u eraan begint, kunt u niet meer ophouden”. Deze teksten vallen niet alleen buiten de schrijfstijl van het boek, maar kunnen tevens een serieuze lezer ervan weerhouden het boek open te willen slaan. En dat zou pas echt jammer zijn. ©Olga de Kort, 2016.

Olga de Kort-Koulikova (Breda) werd geboren in Istra, regio Moskou. Na haar studies piano en cultuurwetenschappen in Rusland volgde ze een journalistieke opleiding in Frankrijk. Sinds 1998 woont ze in Nederland waar ze muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht studeerde  en orgel aan het conservatorium in Utrecht (HKU)Olga de Kort werkt als freelance musicus en muziekjournalist.