Nieuwjaarsdag 1889

Tchaikovsky op 1 januari 1889:Doornroosje-2
“Langzaam werd ik wakker, of liever: kwam ik bij bewustzijn. Het was al licht en buiten scheen de zon, maar in mijn hoofd heerste een diepe duisternis. Gisteren was het oudjaar, zo veel wist ik nog. Maar verder kon ik mij niets meer herinneren, zo dronken was ik geweest.
Ik besefte dat het nu 1 januari 1889 was – een nieuw jaar strekte zich voor mij uit. Mijn eerste besluit van dit jaar: geen wodka meer (in elk geval niet tijdens het diner). Ik stond op, energiek en vol goede moed, want de komende drie weken had ik gereserveerd voor mijn nieuwe liefde. Zij was nog ongevormd en liet zich niet horen, ik zag dat ze zich met geloken ogen verborg achter de kerstboom. Maar ik mocht haar uit haar tent lokken, ten dans vragen, verleiden, uitnodigen om de boze buitenwereld het hoofd te bieden en volop vrouw te worden. De potloden waren geslepen, het muziekpapier lag klaar, mijn notitieboekje was onder handbereik. ‘Doornroosje’ schreef ik op, ‘opus 66’.”
Uit: De dood van Pyotr Ilyich, blz. 408

 

Advertenties