Boekenweek 2018: natuur

Radio 1 viert de Boekenweek 2018 (thema ‘Natuur’) met een uitnodiging aan luisteraars om hun favoriete natuurfragment in te sturen. ‘Vertel erbij wat dit fragment met je doet.’

Een lezer van ‘De dood van Pyotr Ilyich’ heeft het volgende fragment ingestuurd:

‘Ik ging vaak van huis voor een wandeling van een half uur, om twee uur later pas weer Boekenweek_2018thuis te komen. Mijn notitieboekje ging altijd mee, want tussen deze bomen ruiste niet alleen de wind door de bladeren, er zweefde ook muziek door het woud: het ritselen, scharrelen, kwinkeleren en ruisen verdichtte zich tot machtige akkoorden of verwaaide tot fluisterzachte solo’s. Mijn boekje vulde zich met noten en mijn hart sprong op, want ik had als componist al een jaar niets meer gepresteerd en voelde mij uitgeblust en bang dat de magie was uitgewerkt. Maar nu mocht ik weer invallen krijgen, soms zo overweldigend dat ik de bladzijden buiten adem vulde met slordig notenschrift, vloekend op de potloodpunt die brak onder het geweld’.
Uit: De dood van Pyotr Ilyich, blz. 439

De motivatie van deze lezer om dit fragment te kiezen:

‘Dit fragment deel ik graag met luisteraars van NPO Radio 1 omdat het belang van de aanwezigheid van natuur, in onze nabije omgeving, met al haar inspirerende details en motiverende impulsen hierin prachtig wordt beschreven.
Het gunt me troostende herkenning en geeft moed om door te gaan in creatieve processen. Een universeel thema wordt behandeld op een intieme manier, sterk ingezoomd op persoonlijke vertwijfeling enerzijds en overwinning anderzijds. De natuur en de mens in de natuur worden veelzijdig geschetst, het brengt me als lezer heel dichtbij.’

Advertenties

De première van Doornroosje

Op 16 januari 1890 ging Tchaikovsky’s ballet ‘Doornroosje’ in het Mariinsky Theater in St. Petersburg in première. Tchaikovsky schreef de muziek voor dit tweeëneenhalf uur durende ballet in ongeveer veertig dagen! Hieronder een fragment uit ‘De dood van Pyotr Ilyich’ over die bewuste uitvoering.

Januari 1890

Heel Sint-Petersburg leek uitgelopen om Doornroosje te zien. De zaal van het Mariinsky hing vol met prachtige blauwfluwelen draperieën en vulde zich met oogverblindendeDoornroosje-6 gardeofficieren en vrouwen met laag uitgesneden jurken, bij wie ik het liefst zo ver mogelijk vandaan bleef –  ik was bang om mijn blik te lang te rusten te leggen in dat blank gewelfde landschap met die verraderlijke afgrond in het midden. De menigte straalde en schitterde en bewoog als een zoetgeurend, veelkleurig orga­nisme, waarin de rode jassen en de witte kousen van de hofhouding, rijkelijk versierd met keizerlijke adelaars, het plechtige decor vormden van de tsaar en zijn gevolg.

Ik was zo gespannen als een vioolsnaar, maar toen de zaallichten doofden en Drigo, ziek maar alert, het orkest de ouverture liet spelen, haalde ik opgelucht adem omdat ik even niemand hoefde te groeten en het eindelijk zover was: de vrouw met wie ik een jaar had samengeleefd kwam vandaag tot leven, opwindend bezield door Carlotta Brianza, de prima ballerina met haar fijnbesnaarde dansen die zij met zó veel precisie danste dat een Zwitsers horloge erbij in het niet viel. Talrijke repetities had ik meegemaakt, maar nog nooit had ik het ballet zo gezien: de kleu­ren, het licht, de muziek, de beweging, het decor, de kostuums, alles paste naadloos in elkaar en voerde de kijker naar een andere wereld, want de betovering van dit ‘ballet-feérie’ was compleet. Met een opgeto­gen hart en tranen van ontroering zag ik werkelijkheid worden waar ik met zo veel liefde aan had gewerkt. Als Doornroosje een meesterwerk mocht worden, dan was het omdat aan Mozarts belangrijkste voorwaarde voor een meesterwerk was voldaan: liefde, liefde, liefde.

Vanuit mijn loge zweefde ik op de tast door de zaal en proefde de sfeer onder de mensen,Doornroosje luisterde naar de taal van hun applaus, keek naar de kleur op hun wangen, voelde het kloppen van hun hart. Zou de liefde van de makers daarin haar weg vinden? Al tijdens de proloog gebeurde er iets in het publiek: er zaten niet langer losse mensen die zich van elkaar wilden onderscheiden door een nog fraaier uniform of een nog duurder sieraad – er groeide een eenheid, een saamhorigheid, een meebewegen met de dans en de muziek, onder invloed van de eenheid en saamhorig­heid op het toneel en in de orkestbak. De balletomanen onder ons, ge­hecht aan de ballettraditie, sisten verontwaardigd en slaakten afkeurende kreten. Maar de meesten lieten zich meevoeren, keken met afgrijzen naar de zwarte fee in haar rattenwagen, treurden om de slapende prinses, hoopten op de knappe prins en – ik voelde het – hielden van mijn mu­ziek! De mensen klapten hun handen stuk, riepen om de sterren van het ballet en scandeerden ook mijn naam. Het was onvermijdelijk, ik moest daar verschijnen, ook al waren toejuichingen op het toneel wat ik het meest verafschuwde (en het vurigste wenste). Ik zorgde ervoor niet in mijn eentje op het podium te staan, maar steeds met Marius Petipa en Carlotta Brianza en de andere dansers, zodat ik mij achter hen kon ver­schuilen.

Toen de gordijnen voor de laatste keer dichtvielen, omhelsde ieder­een op het toneel elkaar, verrukt en blij dat het gelukt was. Vsevolozhsky kwam naar mij toe met tranen in de ogen. ‘Dit is mooi, dit is nieuw, dit is nog nooit vertoond… bedankt, Pyotr Ilyich, bedankt…’ Marius Petipa omhelsde zijn dochter Maria, de Lila Fee. Ik pakte de handen van Carlot­ta Brianza en dankte haar uit de grond van mijn hart voor haar briljante belichaming van Doornroosje. Iedereen bleef op het podium, niemand wilde zich losmaken uit deze groep, uit deze sfeer van opgetogen blijd­schap en intense verrukking omdat er vandaag een nieuwe wereld was geschapen, waarvan ook het publiek deel was gaan uitmaken. Honderd jaar slapen en dan herboren ontwaken – we hadden allemaal ondervon­den wat dat betekende, maar we waren ook allemaal doorgedrongen tot de slapende Doornroosje, hadden haar lippen beroerd met de onze, voelden ons hart opspringen toen haar ogen zich openden en verwon­derd de wereld in keken.

Tchaikovsky’s religieuze muziek

Naast symfonieën, opera’s, liederen, kamermuziek, pianostukken, symfonische gedichten heeft Tchaikovsky ook religieuze muziek gecomponeerd. Om te beginnen was hij zelf gefascineerd door de gezangen die hij hoorde als hij een kerk bezocht.

Een van de grootste genoegens

In 1877 schrijft hij aan Nadeshda von Meck: “De schoonheid van de kerk oefent nog steeds een grote aantrekkingskracht op mij uit. Ik ga heel vaak naar de mis; de liturgie van St. Johannes Chrysostomos is volgens mij een van de grootste kunstwerken. Ik hou ook heel veel van de nachtwake. Op zaterdag naar een of andere kleine oude kerk gaan; staan in het spaarzame licht met de geur van wierook om je heen; opgaan in jezelf, antwoorden zoe­ken op de eeuwige vragen: waarom, wanneer, waarheen, waartoe? Uit je overpeinzingen worden gewekt door het koor dat zingt ‘Ik strijd met vele hartstochten’ en jezelf toe­staan om opgetild te worden door de schitterende poëzie van die psalm, bezield te worden door een kalme extase als de koninklijke poorten geopend worden onder de klanken van ‘Prijs de hemelse Heer’ – oh, wat hou ik daar onbe­schrijfelijk veel van! Het is een van de grootste genoegens van mijn leven.”

Slappe aftreksels

Maar Tchaikovsky is ontevreden over bewerkingen van eeuwenoude liturgische muziek door kerkmusici als Bortnyansky. In de zomer van 1878 werkt hij aan zijn ‘Liturgie van St. Johannes Chrystostomos’, “onzeker als over één nacht ijs, pogend om de traditie, de heiligheid, de iconen muzikaal te omlijsten en terug te keren tot de kern van de kerkmuziek, die was vervreemd van haar oorsprong. Prutsers als Bortnyansky hadden de traditionele toonaarden van de kerkmuziek ver­laten en slappe aftreksels geproduceerd van de ooit zo vitale liturgieën. In deze kloosterkerk werd nog op volkse wijze gezongen, in de oude kerk­toonsoorten, zonder meerstemmigheid en verraderlijke versieringen. Ik hoopte vurig dat mijn liturgie zou lukken.”

Tussen hemel en aarde

In het Radio 4-programma ‘Tussen hemel en aarde’ werd aandacht besteed aan Tchaikovsky’s liefde voor religieuze muziek:

 

Nieuwjaarsdag 1889

Tchaikovsky op 1 januari 1889:Doornroosje-2
“Langzaam werd ik wakker, of liever: kwam ik bij bewustzijn. Het was al licht en buiten scheen de zon, maar in mijn hoofd heerste een diepe duisternis. Gisteren was het oudjaar, zo veel wist ik nog. Maar verder kon ik mij niets meer herinneren, zo dronken was ik geweest.
Ik besefte dat het nu 1 januari 1889 was – een nieuw jaar strekte zich voor mij uit. Mijn eerste besluit van dit jaar: geen wodka meer (in elk geval niet tijdens het diner). Ik stond op, energiek en vol goede moed, want de komende drie weken had ik gereserveerd voor mijn nieuwe liefde. Zij was nog ongevormd en liet zich niet horen, ik zag dat ze zich met geloken ogen verborg achter de kerstboom. Maar ik mocht haar uit haar tent lokken, ten dans vragen, verleiden, uitnodigen om de boze buitenwereld het hoofd te bieden en volop vrouw te worden. De potloden waren geslepen, het muziekpapier lag klaar, mijn notitieboekje was onder handbereik. ‘Doornroosje’ schreef ik op, ‘opus 66’.”
Uit: De dood van Pyotr Ilyich, blz. 408

 

Romeo & (maestro) Julia

In oktober was ik met de boekentafel aanwezig bij de tv-opnames van Maestro Jules. Een wat merkwaardige benaming van een dirigent met roesjes aan zijn mouwen en een figuur op zijn rug, die de opbouw van meesterwerken ‘onthult’ met behulp van het Radio Filharmonisch Orkest. In dit geval was dat ‘Romeo & Julia’ van Tchaikovsky.

romeo_julia_okt-2016

Maestro Jules heeft nu ook een exemplaar van ‘De dood van Pyotr Ilyich’ in huis. Samen met mijn dochter luisterde ik naar de integrale uitvoering na de pauze:

romeo_julia_okt-2016-2

 

We gaan naar Het Concertgebouw!

russisch_jeugdorkestGroot nieuws: op 8 november staan we met een boekentafel in de foyer van Het Concertgebouw. Die avond speelt het Russisch Jeugd Symfonie Orkest onder leiding van de befaamde violist/dirigent Yuri Bashmet de Vijfde Symfonie van Tchaikovsky. We hebben hoge verwachtingen van deze avond, zowel wat betreft de belangstelling voor De dood van Pyotr Ilyich, als wat betreft de muziek. Want u weet het: alles klinkt (en gaat?) beter in Het Concertgebouw!

Hans Haffmans: ‘Het boek leest als een tierelier!’

Het pad van een auteur die zijn eigen boek uitgeeft, gaat niet over rozen. Hij moet voortdurend aan de weg timmeren, mensen lastigvallen met zijn boek, vooral ook mensen die van muziek houden en  bij radio, tv, krant e.d werken.
Afgelopen najaar zocht ik contact met Hans Haffmans (Radio 4, Podium en andere programma’s) en bezorgde hem een boek. In oktober kreeg ik een mailtje dat hij er rond kerst aandacht aan wilde besteden. Ging niet door. Vorig maand schreef ik weer eens een mailtje. Tevergeefs – leek het. Want toen kwam de uitnodiging om in de uitzending te komen praten over ‘De dood van Pyotr Ilyich’, naar aanleiding van Tchaikovsky’s Pique Dame in Amsterdam. ‘Vijf minuten, meer niet’, mailde de redactie. Het werden er twaalf.

Radio4-Hans_HaffmansOp 22 juni was het zover:

 

Manfred: het échte slot

Jaap van Zweden liet het Rotterdams Philharmonisch Orkest de slotminuten van het eerste deel van Tchaikovsky’s Manfredsymfonie nóg een keer spelen aan het eind van de symfonie:

Een lekkere uitsmijter! Daar hield Tchaikovsky toch zo van? Maar wacht maar tot je het échte slot hoort (en let op de uitwerking die deze muziek op je heeft):

 

Feest in ‘de Doelen’

“Het boek ligt thuis. Maar wilt u uw handtekening op het concertprogramma zetten? Dan bewaar ik dat in het boek”, vroeg een lezeres van ‘De dood van Pyotr Ilyich’ mij bij de boekentafel in de Doelen in Rotterdam.

Jaap van Zweden

Jaap van Zweden dirigeerde op 3 en 4 maart De_Doeleneen prachtig concert in de Doelen , met indrukwekkende muziek van onze ‘eigen’ Tristan Keuris en een schitterende uitvoering van Tchaikovsky’s weinig gespeelde, maar fantastische Manfredsymfonie.

40 boeken gesigneerd

Voor mij was het dubbel feest, want de Doelen stelde mij in staat om in de pauze van beide concerten mijn boek te signeren. Veertig concertbezoekers vonden de weg naar de boekentafel! En voor het eerst ontmoette ik een lezeres die het boek al had – gekregen van haar moeder voor haar verjaardag. Of ik mijn handtekening dan maar op het concertprogramma wou zetten?

De Svetlanov-variant

Van Zweden dirigeerde een majestueuze en dynamische Manfred-symfonie, met twee opwindende slotminuten aan het eind van het eerste deel (zie mijn eerdere bericht). Het publiek was zó enthousiast, dat er na dat eerste deel een luid en langdurig applaus klonk. Het leek of de tijden van Tchaikovsky terugkeerden, toen het publiek na elk deel zijn waardering liet blijken.
Maar wie schetste mijn verbazing bij het slot van de symfonie, waarin Tchaikovsky deze twee minuten in gewijzigde vorm herhaalt en laat uitmonden in orgelspel en een ingetogen eindspel van drie minuten dat in stilte oplost. Maar niet bij Jaap van Zweden: met een grote zwaai bladerde hij terug in zijn partituur (hoe deed het orkest dat?) en herhaalde de befaamde twee minuten, maar nu als uitsmijter van de symfonie.

Bloemen en bonbons

SvetlanovDit einde staat bekend als de Svetlanov-variant, bedacht door de Russische dirigent Yevgeny Svetlanov, ooit chef-dirigent van het Residentieorkest. Leo Samama vertelt dat de voorzitter van dat orkest de heer Svetlanov eens, gewapend met bloemen en bonbons, bezocht met het dringende verzoek om de originele Manfred te dirigeren. Onverrichterzake, nog steeds mét bloemen en bonbons, keerde de voorzitter huiswaarts. Ook andere dirigenten kiezen nogal eens voor de Svetlanov-variant.

Effectbejag?

Mogen we iets ten nadele van Jaap van Zweden zeggen, onze nationale trots die het tot dirigent van het New York Philharmonic heeft geschopt? Liever niet natuurlijk, maar ik vind dit een ernstige beschadiging van een kunstwerk, vergelijkbaar met:

  1. De Mattheuspassion eindigt te somber. We plakken er een stukje Weinachtsoratorium aan vast.
  2.  De Nachtwacht is te groot. We zagen er een stuk af.
  3. Shakespeare’s Hamlet is te depressief. We laten hem met Ophelia trouwen en sturen hen op huwelijksreis.

hamlet_always_about_you_to_be_no